Met een positieve houding krijg je eerder een gunfactor, zal je doelgroep zich sneller aan je verbinden en je gemakkelijker inschakelen. Dat spreekt voor zich en de wetenschap bevestigt het ook: negatieve woorden creëren angst en stress en verminderen zelfs het vermogen tot logisch redeneren, terwijl de hersenen bij positieve woorden dopamine vrijgeven, waardoor mensen sneller in actie komen. Woorden doen ertoe.
Leestijd: 10 minuten
Samenvatting
Check je tekst op ontkenningen, negatieve woorden en negatieve uitdrukkingen. Probeer alle vormen te vermijden. Onze Taal besteedt er een heel lemma aan.
Alledaagse ontkenningen
Toch zit de taal vol met negatieve formuleringen. Iedereen gebruikt ze en vaak zijn ze ook heel nuttig. Het zit in alledaagse taal en gangbare uitdrukkingen, in spreekwoorden en gezegdes en in vaste formuleringen. In een persoonlijk gesprek kun je daar vaak goed mee wegkomen, omdat je dan directe feedback hebt van je publiek en omdat je ook nog je eigen intonatie en non-verbale communicatie hebt. Schriftelijk kan dat goed fout gaan. Om maar meteen negatief te beginnen een paar voorbeelden.

Enkele ontkenningen
Niet en geen zijn duidelijk negatieve woorden. Toch kunnen negatieve woorden verwarren, omdat de luisteraar ze vaak overslaat. Je hoort het onderwerp en dat brengt je aandacht naar dat wat je juist niet moet doen of denken. Omdat veel mensen beelddenkers zijn, slaan ze het woord niet over. Het is mij overkomen dat ik een toneelrol kreeg, terwijl ik juist tegen de regisseur had gezegd dat ik die rol níét wilde. Ze had alleen mijn naam aan die rol gekoppeld en was mijn ‘niet’ vergeten. Ik had beter een rol kunnen noemen die ik wel graag wilde hebben.
Een positieve bewoording kan bovendien activeren. Zeg je ‘zit niet zo met je been te wiebelen’, dan laat je iemand die beweging onderdrukken. Maar zeg je ‘zit even stil’, dan geef je een positieve opdracht die gemakkelijker is op te volgen. Juist als iemand gedachteloos zit te wiebelen. Het onderbewuste van mensen is nu eenmaal veel sterker dan het bewuste.
Maar is trouwens ook een negatief woord, want het ondermijnt het zinsdeel dat ervoor staat: ‘Je bent een goede medewerker, maar je komt wel vaak te laat.’ Kennelijk vindt de spreker je toch niet zo’n heel goede medewerker.
Niet alleen
Ik lees veel ‘niet alleen [dit] maar ook [dat]’. Veel positiever is: ‘zowel [dit] als [dat]’. De eerste zinsnede is vooral nuttig als [dit] iets is wat voor de hand ligt, waar iedereen aan denkt, maar (!) dat er nog een tweede onderwerp is, dat minder voor de hand ligt. En als de ontvanger open staat voor een genuanceerd bericht.
Dubbele ontkenningen
Verminderen, verwijderen, vermijden, ontkennen, ontlopen, alle woorden die iets ontkennen: negatief. Alle woorden die duiden op een negatief gevoel: vervelend, verwarrend, omslachtig. Deze woorden worden vooral verwarrend als je ze combineert met niet of geen. De lezer of luisteraar moet rekenen: ‘min maal min is plus’. Miscommunicatie ligt op de loer. Vaak is er een positief woord dat het omgekeerde betekent, bovendien is dat vaak specifieker: vermeerderen of gelijk houden, bevestigen of geen antwoord geven, aardig of prettig of aangenaam of zelfs neutraal.
‘Niet onmogelijk’, ‘geen onwil’ of ‘je kunt niet zonder’ is vaak bedoeld als nuance: ‘het is niet onmogelijk’ is moeilijker dan ‘het is mogelijk’. Of: ‘Ik kan niet ontkennen dat …’. Dus eigenlijk: ‘Ik moet toegeven dat …’ Realiseer je dat het toch verwarrend kan zijn en gebruik het alleen als de ontvanger open staat voor een genuanceerd bericht. Leuke zin op Onze Taal: ‘Gebrek aan fantasie kan onze lezers niet ontzegd worden’.
Voorkomen van een minder grote toename
Een voorbeeld dat ik tegenkwam in de tekst van een klant: ‘voorkomen we een minder grote toename.’
Dus, even kijken hoor, we zorgen dat het níét gebeurt (voorkomen) dat het probleem groter wordt, nee, dat het minder groot wordt. Het wordt dus niet minder groot. Wordt het probleem dan groter? Of neemt het helemaal niet toe?
De schrijver bedoelde dat het probleem minder hard zou groeien. Het werkwoord voorkomen is op zich al verwarrend, omdat iets kan vóórkomen – dan gebeurt het dus wel, of dat je iets kunt voorkómen – dan zorg je juist dat het niet gebeurt. Vervolgens stond er wat die eigenlijk bedoelde: een minder grote toename. Het was iets wat die wilde bereiken, niet wat die wilde voorkómen. De schrijver was dus zelf al in de war geraakt van al die tegen elkaar in werkende woorden.
Minder groot en toename zijn ook nog eens twee begrippen die tegen elkaar inwerken. Wat de schrijver eigenlijk bedoelde (maakte ik uit de context op): ‘Het groeit niet zo hard als verwacht. Daar zorgen wij voor.’
Uitdrukkingen
In het wild heb ik de volgende formuleringen gevonden, waarmee de schrijver duidelijk het tegenovergestelde bedoelde:
- ‘Recensenten die een boek bespreken zeggen vaak “dat boek staat er als een huis”. Niets is minder waar. Een stevig huis vraagt een stevige fundering, een stevig boek vereist een goed plan.’ – de schrijver stelt het omgekeerde van wat die bedoelt: het is juist heel erg waar in zijn ogen.
- Arjen Lubach gaf in zijn show een mooi voorbeeld van John van ’t Schip: ‘Dat wil niet zeggen dat wij niet de wedstrijd ingaan met het idee dat we niet kunnen winnen.’ En: ‘Het is ook niet zo dat je het kan uitsluiten dat het niet gebeurt. Maar zo minimaal mogelijk wel.’ Van ’t Schip bedoelt juist dat je niet kunt uitsluiten dat het gebeurt, met andere woorden: het kan wel eens voorkomen (dat we de wedstrijd ingaan met het idee dat we niet kunnen winnen).
- ‘We vertrekken met een voldaan gevoel, maar niet nadat we een fles van de zelfgemaakte limoncello hebben aangeschaft!’ De schrijver bedoelt ‘niet voordat’, namelijk dat we eerst een fles aanschaffen.
- ‘De invloed van De Librije is niet te onderschatten.’

De sprekers en schrijvers raken zelf de weg kwijt en drie van de vier zeggen juist het omgekeerde van wat ze bedoelen. Maar erger is dat je deze zinnen een paar keer moet lezen voordat je ze begrijpt. Dat is precies de reden dat je deze uitdrukkingen moet vermijden. Het leidt af van de boodschap.
Opmerking: op VanDale.nl staat dat zowel ‘niet te onderschatten’ als ‘niet te overschatten’ correct is, omdat er een woord ontbreekt:
“(1) Het belang daarvan is niet te onderschatten – Het belang daarvan moet niet onderschat worden
(2) Het belang daarvan is niet te overschatten – Het belang daarvan kan niet overschat worden”
Blijft staan dat de uitdrukking onduidelijk en verwarrend is. Zeg liever dat het belang gewoon groot is.
Ontkennend beeld
Een onverlaat had als misplaatste 1-aprilgrap op Google ingesteld dat de Stichting Ambulance Wens permanent gesloten was. Om duidelijk te maken dat dit niet het geval is, heeft de stichting op LinkedIn een bericht geplaatst. Daar hadden ze een printscreen van hun Google-vermelding bij geplaatst met het onjuiste bericht, waarop in koeieletters stond dat de stichting permanent gesloten was. Dus let op dat je beeld je boodschap bevestigt. Onze Taal schreef daar ook een helder bericht over.
Hoe schrijf je dan positief?
In een artikel over positief schrijven zit je natuurlijk te springen om positieve voorbeelden. Daar komen ze.
Gebruik positieve woorden en formuleringen
Positieve woorden zijn des te sterker naarmate ze een beeld oproepen: ‘Wim de Bie was de koning van de sketch.’
Gebruik alleen uitdrukkingen die je kent en beheerst
Wat hun opleiding ook is, als mensen gaan schrijven hebben ze de neiging om moeilijke woorden te gebruiken: ‘Ongeacht de opleiding …’
In veel van die chique woorden zit een ontkenning, en als je ze toch al weinig gebruikt, raak je daar gemakkelijk mee in de knoop. Grappig genoeg schat je publiek je met al die moeilijke woorden toch al dommer in. Schrijf het dus maar gewoon zoals je het zou zeggen.
Ook verwarren veel mensen tenzij en mits. Zelfs als je zelf heel goed weet hoe je dat gebruikt, kun je het dus beter anders formuleren. In plaats van ‘Doe dit mits je er ervaring mee hebt‘, maar ‘Doe dit alleen als je er ervaring mee hebt’. Niet ‘Het is op donderdag, tenzij die op een feestdag valt‘, maar ‘Het is op donderdag, behalve als die op een feestdag valt.’
Gebruik positieve verbanden
‘Zonder tegenbericht komen we om half vijf.’ Het is een gebruikelijke uitdrukking, maar er staat een dubbele ontkenning in. Positiever is: ‘We komen om half vijf. Laat even weten of dat uitkomt.’
‘Als je de bon vergeet, kun je niet meer ruilen.’ Vriendelijker, korter en gemakkelijker te begrijpen is: ‘Ruilen? Neem de bon mee.’
‘Geen winkel zonder webshop.’ Duidelijker is: ‘Elke winkel heeft een webshop.’
Focus op het positieve effect
Als je wilt dat mensen iets gaan doen, nodig ze daar dan voor uit.
Wil je dat ze ophouden met praten? ‘Even stil, allemaal’ werkt beter dan ‘Niet meer praten nu‘. Wil je dat ze opschieten? ‘Wie er het eerste is’ werkt beter dan ‘Niet zo treuzelen‘.
Benoem alleen wat nog wel geldt
Waar gewerkt wordt, zijn veranderingen. Benoem niet de oude regels, de oude plaats van de printer of de oude afspraken. Vertel wat er nu geldt: ‘We eten altijd in de kantine of gaan naar buiten’ (niet meer achter het bureau dus), ‘De printer staat nu in een aparte ruimte met goede afzuiging’ (niet meer in de kantoorruimte dus) en ‘De sleutels voor de leenfietsen kun je bij je eigen secretariaat ophalen’ (niet meer bij de receptie dus).
Plaats een beeld dat je bericht versterkt
Wil je iets ontkennen, draai dan zowel de tekst om, als het beeld. Met andere woorden: juist bij een boodschap die een gangbare mening ontkent, is het belangrijk dat het beeld de tekst positief ondersteunt.
Noem alleen waar je aandacht voor wilt
Klassiek is het voorbeeld van Barbara Streisand, die met een rechtszaak probeerde een luchtfoto van haar huis te laten verwijderen. De rechtszaak kreeg zoveel aandacht, dat de foto nog veel meer verspreid werd en inmiddels een lemma op Wikipedia is. Met veel sappige andere voorbeelden.
Laat je tekst marineren
De beste test om te ontdekken of je tekst werkt, is om die door een ander laten lezen. Liefst iemand van je doelgroep, die jouw verhaal nog niet kent. Natuurlijk kun je ook een redacteur inschakelen. Het eenvoudigst is om je tekst een nacht te laten marineren – voor een post is een half uur genoeg, een heel boek heeft misschien wel een maand nodig. Zet het in een ander lettertype, vergroot de regelafstand, print het uit, zorg voor een fris hoofd, ga ergens anders zitten dan op de plek waar je het geschreven hebt en lees het hardop.
De marketing van de pijn en het gemis
Marketeers staan al te schudden met hun hoofd, want FOMO (fear of missing out) is een bijzonder effectief marketingprincipe. De dreiging van verlies, een gemiste kans of een straf: het werkt als een tierelier. Alles hangt natuurlijk af van de context, welke boodschap je wilt overbrengen en wat je bij je publiek wilt bereiken.
Bovendien kun je niet zo maar elke zin positief formuleren. En voorbeelden van hoe het niet moet helpen vaak. Die zijn zowel grappig als leerzaam.
Het probleem van je doelgroep
Arie en ik hameren erop dat een verhaal een probleem nodig heeft. Een hobbel die je doelgroep ervan weerhoudt om hun doel te bereiken, een belemmering van hun ambitie, een probleem dus. Ja, je moet eerst aanhaken op het probleem waar je doelgroep mee worstelt. Waar ze van wakker liggen. Dat hen bezighoudt. Zonder probleem heeft jouw oplossing namelijk geen waarde. En dat probleem is per definitie negatief.
Brake the rules
Voor alles wat ik blog geldt: learn the rules like a pro, break them like an artist. In mijn eigen woorden: ken de regels en overtreed ze. Dit stuk staat bol van de ontkenningen, zowel in de voorbeelden als in mijn eigen zinnen. Ook overtreed ik zelf regelmatig mijn eigen tips. Het is allemaal niet zo strikt. Het gaat erom dat je boodschap goed overkomt en dat je doelgroep begrijpt wat je bedoelt.
Wil je dat ik met je meekijk?