Cline Communicatie
als inhoud ertoe doet

Jeukwoorden, wanneer gebruik je ze toch?

Woorden doen ertoe. Je wilt dus niet dat ze irriteren en je lezers afleiden van je boodschap. Jeukwoorden zijn bijvoorbeeld woorden die belangrijk klinken, maar geen inhoud hebben. Organisatieadviseurs, marketeers en andere vakidioten grossieren erin. Jeukwoorden irriteren, zijn onbegrijpelijk of maken de zinnen onnodig lang. Toch moet je ze niet zonder meer cancellen. Hoe herken je ze?

Leestijd 9 minuten

Overzicht

Voor dit artikel geen samenvatting maar een overzicht met links:

schattige puppie met jeuk van de jeukwoorden

Dure woorden

Onnodig dure woorden zijn contraproductief, ik bedoel nadelig. Ze maken je boodschap minder krachtig. Ook voor een intelligente doelgroep, blijkt uit onderzoek. Ik zie dat zowel mensen met een theoretische opleiding als mensen met een praktische opleiding vaak duurdere woorden op schrift gebruiken dan wanneer ze praten. Dat gaat vanzelf.

Hoe herken je dure woorden? Het zijn bijvoorbeeld woorden van meer dan drie lettergrepen, woorden uit een andere taal dan Nederlands en ouderwetse woorden. Maar vaak vallen ze je niet eens op, juist omdat je ze vanzelf opschrijft.

Vaktaal

Vaktaal is voor je boodschap juist heel nuttig of juist ongewenst. Dat hangt af van wat je doelgroep weet. Je doelgroep bestaat zelden uit vakgenoten, behalve misschien als je wetenschapper bent en artikelen voor Nature schrijft.

Veel jeukwoorden hebben een eigen betekenis gekregen in bepaalde vakgebieden. De customer journey is bijvoorbeeld een heel nuttig begrip in de marketing. Als je wilt bepalen hoe je een klant binnenhaalt van de eerste kennismaking tot de ondertekening van een miljoenencontract of gewoon de aanschaf van een pak vanillevla, werk je de customer journey uit. Scrum, het voorliggend veld, jargon: het zijn allemaal nuttige woorden in een specifiek vakgebied.

Bijna iedereen gebruikt onbewust woorden die alleen binnen het eigen vakgebied bekend zijn. Dat merkte ik toen mijn lief mij zweverigheid verweet. Hij bleek het woord ‘mindmap’ te bedoelen, dat hij koppelde aan mindfulness (wat overigens wetenschappelijk bewezen werkt, maar dat terzijde). Zijn er mensen die niet weten wat een mindmap is? Kennelijk. Had ik me nooit gerealiseerd.

Politiek correcte taal

Je mag ook niets meer zeggen,’ klagen argeloze woordgebruikers. Het zal je inmiddels duidelijk zijn dat ik vind dat elk woord ertoe doet en dat is altijd al zo geweest. Al heel jong stoorde ik me aan hij als de ‘neutrale’ term voor de mens. Ook als er ergens in een hoekje staat dat ‘overal waar hij staat, ook zij gelezen kan worden’. Als ‘hij’ neutraal is, ben ik dus een uitzondering, en dat merkte ik toch al dagelijks als vrouw in een mannenwereld. En dan was ik ook nog eens chef werkplaats busonderhoud.

Mijn ervaringen vallen in het niet bij die van mensen die echt gemarginaliseerd worden. Ook goed bedoelde woorden die uitsluiten, sluiten mensen uit. En ja, het valt nog steeds op: die in plaats van hij, tot slaaf gemaakte in plaats van ‘slaaf’ of wit in plaats van blank. Maar dat geldt ook voor de woorden die ze vervangen. Het zijn nu eenmaal gevoelige woorden.

Ook hier geldt: schrijf voor je doelgroep. Mijn doelgroep gelooft in diversiteit en leest en schrijft daarom inclusief.

Taal uit je bubbel

In je kracht staan kan zweverig klinken, kladiladi klinkt als Anne Fleur en onmeunig neulen doen ze alleen in het oosten van het land. Als je doelgroep al snapt wat je ermee bedoelt, kan het nog steeds irriteren of zelfs buitensluiten. Kijk daarom uit met woorden die in je bubbel heel normaal lijken, maar daarbuiten onbegrijpelijk of irritant zijn.

Voorzetsels

Ik zie en hoor steeds vaker one-size-fits-all-voorzetsels, zoals via, vanuit, rondom en tijdens. ‘Vanuit de organisatie voeren we het project uit’ is bovendien omslachtiger dan ‘De organisatie voert het project uit’. NRC schrijft ‘Vanuit de Amerikaanse overheid was de informatievoorziening veel kariger dan gebruikelijk’, terwijl ik zou schrijven ‘De informatievoorziening van de Amerikaanse overheid was veel kariger dan gebruikelijk.’

Schrijf ook niet dat iets ’tijdens’ een gesprek wordt gezegd. Iemand zegt het gewoon ‘in het gesprek’. ‘Tijdens’ suggereert dat het gebeurt terwijl het gesprek aan de gang is, alsof het er los van staat. Maar het is gewoon onderdeel van het gesprek.  

Hetzelfde geldt voor vergaderingen, bijeenkomsten en sessies ‘rondom’ een onderwerp. Terwijl ze gewoon over het onderwerp gaan. Een bespreking over de kapotte lift, een ministerraad over stikstof en zelfs: de zaak George Floyd.

kop van het NRC: 'Amerikaanse ministerie van justitie stopt rechtszaken over politiegeweld, onder meer zaak rondom George Floyd gestaakt'

Gebruik via, vanuit en rondom liever alleen als je het letterlijk bedoelt, dus als het in de ruimte plaatsvindt:

  • Het bericht gaat via de afdeling communicatie. De treinreis gaat via Amersfoort.
  • Vanuit de bron stroomt de rivier naar de zee.
  • Rondom de Middelandse Zee heerst een mediterraan klimaat. Ze zaten rondom het kampvuur.

Gebruik tijdens alleen als iets tegelijk met iets anders gebeurt maar er geen deel van uitmaakt: ‘Tijdens de presentatie werd er buiten gedemonstreerd’.

Engels

Het gezelschap Onze Taal is in 1931 opgericht om Duitse woorden uit het Nederlands te bannen. Je snapt dat die na de oorlog helemáál fout waren. Nu zegt en schrijft iedereen meerdere, sowieso en überhaupt zonder schaamte.

Vervolgens ging de taalpolitie zich ergeren aan Engelse woorden in het Nederlands. Maar mail betekent in Nederland iets anders dan post. Customer journey klinkt voor veel oren professioneler dan klantreis. In bepaalde vakgebieden en onder GenZ’ers is het gangbaar om Engelse termen te gebruiken. Wat op straat gangbaar Nederlands is, valt daar juist op. En wat opvalt, leidt af van de boodschap.

Onze Taal is inmiddels een stuk toleranter geworden dan veel taalgebruikers en bepleit nu volmondig dat Nederlands een levende taal is en daarom openstaat voor invloeden van andere talen. Ik voeg daaraan toe: stem af op je doelgroep.

Spellingvariaties

In de jaren zeventig schreven sommigen ‘produkt’ en ‘automaties’. Het was lekker anti-autoritair. Nog steeds zijn er mensen die bepaalde woorden expres anders schrijven dan gangbaar. Hoewel je het niet zou denken bestaat er geen formele taalpolitie. Een organisatie kan van haar medewerkers vragen een bepaalde spelling te hanteren, denk aan de overheid en media. Zo bestaat er naast het Groene Boekje ook het Witte Boekje en die twee zijn het niet altijd eens.

Bedenk dat een alternatieve schrijfwijze opvalt, in elk geval bij een deel van je doelgroep, wat je doelgroep ook is. Als dat je bedoeling is – helemaal goed. Als het afleidt van je boodschap is het echter niet zo handig. Een onbedoelde alternatieve schrijfwijze is echter een spelfout en die leidt altijd onbedoeld af.

Ondanks dat de vrijblijvendheid van product en produkt is opgeheven, zijn er nog steeds spellingsvariaties mogelijk. Bijvoorbeeld de meervoudsuitgang -es of -en en de werkwoordsvormen in de tweede persoon enkelvoud (jij) van zullen, willen en kunnen. Schrijf je keuzen of keuzes? Schrijf je jij zult, wilt en kunt of jij zal, wil en kan? Ik maak verschillende keuzen(!) voor verschillende klanten, maar per organisatie kies ik consequent voor één schrijfwijze.  

Zelfbedachte woorden

Koot en Bie waren er briljant in. Veel van hun zelfbedachte woorden hebben het woordenboek gehaald. Het Nederlands zou er anders hebben uitgezien zonder regelneef of doemdenken. Sommige politici ook, maar dat zijn dan weer woorden die ik hier niet wens te herhalen.

Nieuwe woorden bedenken is in elk geval een kunst, en ze introduceren in het Nederlands zodat iedereen ze herkent en gebruikt is een vak apart.

Soms zijn zelfbedachte woorden of begrippen wel nuttig. Ze creëren groepsgevoel. Zo kennen al mijn klanten en volgers mijn vriend Arie en weten waar die voor staat. Wees echter zuinig met dat soort woorden.

Cline bij Arie, ofwel Aristoteles, in Thessaloniki

Stopwoorden en andere herhalingen

Toen ik de Blogbijbel schreef, merkte een meelezer op dat ik wel erg vaak het woord ‘ook’ gebruikte. Ook begin ik vaak zinnen met ‘en’. Soms draagt dat bij aan de boodschap maar veel vaker is het nergens voor nodig. Heb jij ook zo’n stopwoord? Waarschijnlijk lees je er zelf overheen. Laat een ander kritisch naar je tekst kijken en jouw stopwoorden noteren. Ga je tekst langs met de zoekfunctie en bepaal elke keer of het woord bijdraagt aan je boodschap. Zo niet: schrappen.

Ik weet niet of het echt onder de stopwoorden valt, maar zinnen die beginnen met ‘en’ of ‘maar’ zie ik ook vaker dan nodig. Het hoort niet, maar soms is het heel nuttig als je de nadruk op dat woord wilt leggen. Begin rustig een zin met ‘en’ of ‘maar’, maar controleer er achteraf wel op. Kun je het weglaten zonder dat je de toon of betekenis van de zin verandert? Laat het dan weg. Draagt het bij aan je boodschap? Laat het staan.

Soms heb je een woord waar je verliefd op bent, een modewoord of een woord dat gewoon lekker in elke zin past. Ongemerkt sluipt dat overal tussen. Maar als het iemand opvalt kan het irriteren. ‘Helemaal’ was op een gegeven moment zo’n modewoord. Alles was ‘helemaal geweldig’, ‘helemaal lekker’ of ‘helemaal goed’. Toen het op zijn piek was ging het irriteren.  

Containerbegrippen en andere vage woorden

Een woord dat vaag is schept geen beeld, je lezers voelen er niets bij en leest er daarom overheen. Je hebt het voor niets geschreven. Mijn credo is daarom: hoe concreter, hoe beter.

Een woord dat de zintuigen prikkelt raakt je lezers. Bijvoorbeeld een woord dat een concreet beeld oproept.

Vage woorden zijn bijvoorbeeld containerbegrippen zoals duurzaamheid. Duurzaamheid is op te splitsen naar vele aspecten, zoals CO2-voetafdruk, NOx-uitstoot, energieverbruik, afval, grondstofgebruik, oppervlakgebruik of transport.

Andere woorden betekenen in de ene wereld iets heel anders dan in de andere. Denk aan groen, dat in de wereld van brandstoffen betekent dat ze hernieuwbaar zijn (waar ook vakgenoten nog een hele discussie over kunnen hebben), in de gemeente gaat over vierkante meters met bomen, struiken en planten, en in grafisch ontwerp is het een kleur.

Metaforen

Veel metaforen gebruik je zonder dat je er erg in hebt. Je trekt de kar, je zwemt tegen de stroom in en je stapt op een rijdende trein. Ja, je spreekt de zintuigen van je lezers aan. Maar het wordt verwarrend als die beelden elkaar tegenspreken of de lezers steeds een heel andere wereld in trekken. Ze raken dan als het ware in een spagaat. Beperk je metaforen liefst tot één per tekst.

Wil je dat ik je teksten een keer nalees op jeukwoorden?