Het zou een mooi levensmotto zijn: doe alleen wat bijdraagt aan je doel en schrap alles wat dat verstoort. Ik hanteer het in elk geval voor de teksten die ik schrijf en redigeer. In een vorig artikel benoemde ik jeukwoorden en andere woorden die afleiden. Hoe zorg je dat elk woord bijdraagt aan je doel?
Leestijd 5 minuten
Samenvatting
Bepaal voor elk woord of het bijdraagt aan je doel, dus aan je boodschap, vooral voor jeukwoorden. Een woord moet vooral goed overkomen bij je doelgroep en mag dus ook niet afleiden. Kies je woorden vervolgens bewust en consequent. Dit artikel wijst je op woorden die kunnen jeuken of die juist heel nuttig zijn.

Je doelgroep bepaalt
Allesbepalend voor je woordgebruik is je doelgroep. Je tekst heeft maar één doel: jouw boodschap overbrengen aan je doelgroep. Alles wat niet bijdraagt: schrappen of aanpassen.
Onvermijdelijk? Leg het uit
Vervang de dure woorden en vaktaal door woorden die (1) gangbaar zijn, (2) eenvoudig en (3) de lading dekken. Zo gebruik ik niet meer het woord jargon, maar schrijf ik nu vaktaal. Tegenwoordig kun je gewoon vervangen door nu en
Maar dat kan niet altijd. Soms kun je er niet omheen.
Zelfs als je doelgroep een bepaalde vakterm of een moeilijk woord niet kent, kan het praktisch zijn om dat toch te gebruiken. Leg de term dan uit, als het een belangrijke term is voor je werk kan dat zelfs in een apart artikel. Eventueel kun je verwijzen naar een wiki-pagina op je website waarop je verschillende termen uitlegt.
Pijnlijk? Vermijd het
Woorden die pijnlijk zijn voor (delen van) je doelgroep moet je vooral niet uitleggen. ‘Ik bedoel het niet zo’ is vlek op vlek. Het gaat er namelijk niet om hoe jij het bedoelt, maar hoe het aankomt. Als het pijnlijk is voor je doelgroep is het pijnlijk. Wat jij er verder ook mee bedoelt. Vraag vertegenwoordigers van je doelgroep welk woord je beter kunt gebruiken. Daar hebben ze bijna altijd een helder antwoord op.
Vaak is het niet nodig om te benoemen dat iemand geen man is of tot een minderheid behoort. Schrijf bijvoorbeeld niet ‘die dikke vrouw’, maar ‘die vrouw met de rode trui’.
Noem iedereen waar mogelijk bij hun eigen naam, de eerste keer voor- en achternaam, daarna in een formele tekst alleen de achternaam en in een informele tekst alleen de voornaam. Vraag het zo mogelijk aan de beschrevene zelf. Dat geldt in het bijzonder voor vrouwen en binaire mensen. Noem van vrouwen niet standaard hun gezin of hoe ze eruit zien. Een volwassen vrouw is nooit een meisje.
Benoem bij mensen met een andere culturele achtergrond of een migratieachtergrond niet stevast waar ze vandaan komen, of ze een hoofddoek dragen of wat ze geloven.
Als je twijfelt, bedenk dan of het relevant is voor je boodschap en of je dat ook zou noemen van bijvoorbeeld de minister-president.
Afwisseling
Veel schrijvers en schrijfdocenten pleiten voor afwisseling. Zoek zo veel mogelijk varianten en synoniemen zodat je niet steeds dezelfde woorden gebruikt. Dat leest lekkerder.
Maar dat geldt niet voor vaktaal of woorden waar je een specifiek begrip mee aanduidt. Als je net hebt uitgelegd wat je onder een boezemgemaal verstaat, is het niet handig om dat af te wisselen met poldermolen.
Het hoeven zelfs geen moeilijke woorden te zijn. In de zorg gaat het bijvoorbeeld vaak over jongeren en jeugdigen. Omdat de leeftijdsgrenzen niet vastliggen en omdat in het dagelijks gebruik de woorden door elkaar worden gebruikt, schrijf je de eerste keer dat je die term gebruikt erbij wie je er precies onder verstaat. Daarna gebruik je steeds hetzelfde woord voor dezelfde groep.
Achteraf controleren
Misschien duizelt het je nu. je kunt natuurlijk een lijst met alle ‘regels’ naast je scherm hangen, maar dat kan behoorlijk verlammen. Je wilt ook geen schoolmeester die over je schouder meekijkt. Schrijf daarom eerst gewoon op wat je te zeggen hebt. Zet je spellingchecker uit en zet je innerlijke schoolmeester in de hoek. Controleer pas achteraf je tekst op spelling, grammatica en jeukwoorden.
Markeer vervolgens de jeukwoorden in je tekst en zoek er een ander woord voor. Synoniemen.net kan je daarbij helpen. Maar je kunt ook dat natuurlijk het beste aan je doelgroep vragen.
Lastigvallen
Misschien vind je het vervelend om je doelgroep lastig te vallen met al die vragen. Mijn ervaring is echter dat veel mensen graag helpen, zeker als je hun mening wilt weten. Zo graag, dat ze bijna beledigd zijn als ze achteraf horen dat je hen niet hebt gevraagd: ‘Waarom heb je dat mij niet gevraagd?!’
Daar komt bij dat je hiermee subtiel laat weten waar je mee bezig bent en bij bestaande relaties kom je weer top of mind. Dat doe je zonder reclame en zonder dat je ze iets verkoopt, laat staan opdringt. Het is de beste marketing.
Vergeet niet om iedereen die geantwoord heeft te vertellen wat je ermee gedaan hebt en eventueel waarom. Het is een uitgebreide vorm van dankjewel, beter dan een gratis e-boek waar ze niet op zaten te wachten en je vergroot de kans dat ze je de volgende keer weer willen helpen.
Bewust en consequent
Waarschijnlijk heb je over enkele onderwerpen hierboven een uitgesproken mening. Sommige woorden zou je nooit gebruiken, andere vind je juist heel vanzelfsprekend. Om je doel te bereiken maak je hierin een bewuste keuze en pas je die consequent toe in al je communicatie. Net als je keuze voor u of jij. Dus niet in je mail de ene schrijfwijze en op je website de andere. Ook niet een verschillende schrijfwijze op papier of online. Echt. Overal. Dezelfde. Taal.
Maak daarvoor een lijst met woorden die je wel wilt gebruiken en welke per se niet. Je kunt dan in je tekstverwerker gemakkelijk zien of ze erin voorkomen of juist niet. Welke woorden dragen bij aan je doel? Welke woorden passen bij jouw doelgroep? Welke woorden zijn noodzakelijke vaktaal?
Wil je dat ik je teksten een keer nalees op jeukwoorden?